Een paar jaar geleden las ik met veel plezier ‘De Urenfabriek’ van Fleur Brockhus. Haar nieuwste boek ‘De Inspiratiepraktijk’ zou ook vast een fijn boek worden. Maar helaas, dit boek maakt niet de verwachtingen waar.
De Inspiratiepraktijk
De 35-jarige Fien is opgekrabbeld uit een identiteitscrisis en heeft haar leven omgegooid. In plaats van een gestreste jurist is ze nu een succesvolle coach die een eigen goedlopende ‘inspiratiepraktijk’ in Amsterdam-Zuid heeft opgericht. Fien’s clientèle en de bijbehorende zaken zijn behoorlijk divers: van advocaten tot kappers, van burn-outs tot ‘mamarexia’. Maar Fien is altijd betrokken en zet zich voor haar cliënten.
Naast coach is ze ook nog moeder van twee jonge dochters, zelf dochter van een moeder die altijd aanmoediging wil, een enthousiaste vriendin en echtgenote van de druk bezette bankier Alex. Maar hun huwelijk verloopt niet bepaald soepel. Lukt het Fien om alle ballen in de lucht te houden? En is dat eigenlijk wel nodig?
Een échte coach
In ‘De Inspiratiepraktijk’ gaat het in de eerste plaats om Fien die volledig heeft gekozen voor een nieuw leven als coach. En een echte coach is ze. Inclusief het bijbehorende jargon en de benodigde stappen. Maar Fien wil zelf ook graag ‘gehoord’ worden. Maar ja, dat is nog best lastig in een wereld vol met artsen, bankiers en makelaars die allemaal bakken met geld verdienen, maar op één of andere manier altijd ongelukkig zijn. Een van de opvallendste termen is wel FOMO: fear of missing out.
Enter Fien die altijd een luisterend oor biedt in de competitieve wereld die Amsterdam Zuid heet.
Geen parodie maar bloedserieus
Daar zou je een geestig, relativerend verhaal over kunnen schrijven. Maar dat is niet gebeurd. Voor wie hoopt dat dit een goede parodie wordt, is er slecht nieuws. Ondanks het feit dat Fien haar cliënten fijne allitererende bijnamen geeft als Rookworst-Rosa en Ratrace Richard – ook haar eigen man noemt ze Karel Kantoortje – is het personage Fien bloedserieus. Op alle gebieden. Zo is ze veganist geworden, drinkt ze bijna niet meer, heeft ze de tv eruit gegooid en ligt ze iedere avond vroeg in haar bed. Hoeft niet erg te zijn, maar deze Fien klinkt 24 uur per dag als een belerend, betweterig persoon. Het is nog een wonder dat mensen ’t met haar uithouden, deze vrouw is ronduit irritant. Wat nou inspirator, van deze vrouw wil je heel hard weglopen.
Brockhus kan het wel
Gelukkig haalt het personage ook nog wel eens herinneringen op aan haar vroegere leven als jurist. Die momenten zijn ronduit verfrissend en doen je zelfs denken aan de humor in De Urenfabriek. Maar tegelijkertijd met het inleveren van haar toga, verloor hoofdpersonage Fien ook haar humor. Iets dat Brockhus niet compenseert.
Tenminste, dat dénk je. Want hoewel er driekwart van het boek maar weinig gebeurt, verandert het leven van Fien. Die wending kan je al lang van tevoren zien aankomen, maar dat maakt niet uit. Want juist dan herpakt Brockhus zich en maakt ze van Fien iemand van vlees en bloed. En juist op die bladzijden laat Brockhus weer haar talent zien. Het einde is dan ook wel te doen.
Al moet je wel tegen dit soort dialogen kunnen. Maar daar staat ’t hele boek vol mee. Lees maar:
De Inspiratiefabriek is helaas niet zo goed Als De Urenfabriek dat – eerlijk is eerlijk – ook een ietwat zweverig einde had. Daar heeft Fleur Brockhus verder op geborduurd. Geen goede keus. Brockhus is op haar best als ze scherp en snedig of juist emotioneel uit de hoek komt. Hopelijk doet ze dat weer in haar volgende boek.
‘De Inspiratiepraktijk’ van Fleur Brockhus kost in paperbackvorm 17,99 en is onder meer verkrijgbaar bij uitgeverij Prometheus.





Geef een reactie